EU wetgeving betaaltermijn werkt niet

Eenzijdige verlenging betalingstermijn door multinationals slecht voor alle partijen Het eenzijdig verlengen van de betalingstermijn door multinationals heeft verstrekkende gevolgen voor de gehele keten en heeft een negatief effect op de economie. De betalingstermijnen verkorten, levert juist een enorme economische impuls op en is uiteindelijk ook beter voor de opdrachtgever. Dat stelt het Verbond van Credit Management Bedrijven (VCMB), de brancheorganisatie van bedrijven die actief zijn binnen het aandachtsgebied creditmanagement. Deze week maakte HEMA bekend zijn betalingstermijn voor leveranciers eenzijdig te verlengen tot 120 dagen. HEMA is hierin zeker niet uniek. Bedrijven die dat doen misbruiken het leverancierskrediet om in de eigen liquiditeitsbehoefte te voorzien, stelt het VCMB. Op tijd betalen is niet alleen maatschappelijk verantwoord, het zorgt ook voor een toekomstbestendige leveranciersketen en is goed voor de economie. EU-wetgeving papieren tijger Sinds vorig jaar is er een Europese richtlijn van kracht die voorschrijft dat bedrijven een maximale betaaltermijn mogen hanteren van 30 dagen (de zogenoemde ‘late payments directive’). Alleen met wederzijdse overeenstemming kan daarvan worden afgeweken tot maximaal 60 dagen. Door de dominante marktpositie van grote organisaties en de nog altijd zwakke economische positie van veel van hun leveranciers, zien veel leveranciers zich genoodzaakt de eenzijdige aanpassing te accepteren. “U kunt als leverancier wel op uw strepen gaan staan, maar dan is er een kans dat u de opdrachtgever verliest. Voor veel ondernemers is dat risico, zeker in deze tijd, te groot,” stelt Mannes Westhuis, voorzitter van het VCMB. Gevolgen werken door in keten Met name kleinere leveranciers zijn door lange betaaltermijnen van hun opdrachtgevers niet in staat zelf aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Zij worden gedwongen hun...

Eigenrisicodragerschap Ziektewet bespaart BV Nederland jaarlijks 392 miljoen euro

Een goede afweging tussen een publieke uitvoering voor de Ziektewet of het eigenrisicodragerschap kan de BV Nederland 392 miljoen euro per jaar opleveren. Grote werkgevers kunnen gemiddeld 70 procent besparen op de kosten voor de Ziektewet als zij deze niet onderbrengen bij het UWV, maar bij een private partij. Dat blijkt uit onderzoek van onafhankelijk verzekeringsmakelaar en risicoadviseur Aon. Bedrijven die per 1 juli 2014 willen overstappen van het UWV naar het eigenrisicodragerschap, hebben tot 1 april om hun keuze kenbaar te maken bij de Belastingdienst.Aon onderzocht de kosten van ruim 50 grote werkgevers die per 1 januari 2014 voor de Ziektewet zijn overgestapt van het UWV naar het eigenrisicodragerschap. Gemiddeld levert deze overstap een besparing op van 70 procent.Meer regie kan uitkeringslasten omlaag brengenMet de komst van de Modernisering Ziektewet kunnen de premies die werkgevers betalen voor de uitkering van zieke (ex-)werknemers flink toenemen. Eén werknemer die ziek uit dienst gaat, kan werkgevers in het uiterste geval in het publieke bestel meer dan 500.000 euro kosten. Werkgevers die eigenrisicodrager worden voor de Ziektewet zijn vaak goedkoper uit. Zij betalen geen premie meer aan het UWV, maar dragen zelf het risico voor de Ziektewet. Daarbij hebben zij meer mogelijkheden zelf de regie te pakken bij re-integratie van zieke (ex-)werknemers. In veel gevallen kunnen zij daarmee de uitkeringslasten omlaag brengen.“Met de invoering van de Modernisering Ziektewet zijn de verschillen in kosten tussen publiek verzekeren via het UWV of het eigenrisicodragerschap enorm toegenomen,” zegt Daniël Rijnbeek, Managing Consultant bij Aon’s afdeling Corporate Wellness. “Veel werkgevers beseffen nog niet dat dit verschil in de tonnen kan lopen. Ons onderzoek toont aan dat met name...

Wijziging dienstverlening KvK

Deponeren jaarrekening. Per 1 januari 2014 is de dienstverlening van de Kamer van Koophandel gewijzigd. Omdat echter nog niet alle software voorhanden is, wordt er ook nog een wijziging per 1 april 2014 doorgevoerd. Pas vanaf die datum kunnen ondernemers hun jaarrekening niet meer per e-mail ter deponering aanleveren. Dat kan dan enkel nog via de website en wel conform de nieuwe standaard, SBR. Het aanleveren per post blijft echter ook nog mogelijk. Telefonisch contact. Wenst u telefonisch contact, dan bent u nu aangewezen op het algemene nummer, 088 – 5851585. Er zijn eind vorig jaar 14 regiokantoren gesloten. Ook de telefoonnummers van de overgebleven regiokantoren zijn komen te vervallen. Post. Post voor de overgebleven 19 regiokantoren kunt u nog wel rechtstreeks naar het adres van het desbetreffende regiokantoor sturen. Denk daarbij onder meer aan wijzigingen, etc., ten behoeve van het Handelsregister. Persoonlijk langskomen. Voor inschrijving van een nieuwe onderneming of voor het inschrijven van een nieuwe functionaris, moet men nog wel in persoon langskomen bij een van de regiokantoren. Wachttijden zijn niet langer aan de orde, omdat u via een onlineafsprakensysteem uw komst kunt aanmelden ( http://www.kvk.nl/afspraak ). Kosten inschrijving. Voor de inschrijving van een nieuw bedrijf wordt voortaan € 50,- in rekening gebracht. Die vergoeding is ook verschuldigd bij een voortzetting, overname, fusie of splitsing. Vanaf 1 april a.s. kunt u uw jaarrekening alleen nog via de website van de KvK deponeren of per post aanleveren. Deponering per e-mail is dan niet meer mogelijk. Bron: Tips & Adviezen...

Belastingrente toch fiks verhoogd: de regeling in het kort

Voor het rentepercentage van de belastingrente gaat per 1 april 2014, ondanks serieuze bedenkingen bij verschillende Kamerfracties, een minimumpercentage gelden. Een kort overzicht van de stand van zaken voor de IB, LB en Vpb. Regeling In de regeling voor belastingrente gaat het vooral om de vraag of de inspecteur al dan niet te laat is geweest bij het opleggen van een (voorlopige) aanslag. De renteperiode wordt dan ook beperkt als een voorlopige aanslag wordt vastgesteld overeenkomstig een ingediend verzoek dat voldoet aan de eisen van de inspecteur waaronder een speciaal door de inspecteur beschikbaar gesteld formulier. Voor de inkomstenbelasting is de nieuwe regeling van toepassing op alle belastingjaren (heffingstijdvakken) vanaf 2012. Voor de vennootschapsbelasting geldt zij voor alle boekjaren die op of na 1 januari 2012 zijn begonnen. Voor het rentepercentage wordt voor vrijwel alle belastingen aangesloten bij de wettelijke rente voor niet-handelstransacties, waarbij per 1 april 2014 een minimum van 4% geldt, voor de Vpb wordt echter vanaf die datum uitgegaan van de wettelijke rente voor handelstransacties met als minimum 8% (tot 1 juli 2014 bedraagt de rente dus 8,25%; zie 7.1 Fiscale cijfers). Opmerkingen Kamerfracties Zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer heeft grote vraagtekens bij (het nut van) de minimumpercentages en hierover is dan ook nadere uitleg gevraagd. Het minimumpercentage van 4% voor de belastingen buiten de Vpb is ingegeven door budgettaire overwegingen. De aanzienlijke hogere rente voor Vpb-aanslagen wordt verdedigd door te wijzen op het ontstane rentevoordeel, de mogelijkheden tot voorkoming van belastingrente en het feit dat sprake is van ‘handelstransacties’. Voor IB-ondernemers wordt niet aangesloten bij de handelsrente omdat de aanslag ook betrekking...

Arbeidskorting hoger voor lonen tot € 40.000

De arbeidskorting voor lonen tot circa € 40.000 gaat tot 2017 stapsgewijs omhoog. In 2014 gaat deze korting omhoog met € 374. U betaalt dus minder belasting over uw loon. Verdient u meer dan circa € 40.000? Dan wordt de arbeidskorting in 2014 lager en betaalt u dus meer...

Verdere afbouw uitbetaling algemene heffingskorting

In 2024 vervalt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner. De Belastingdienst bouwt deze regeling daarom sinds 2009 stapsgewijs af. U krijgt hier alleen mee te maken als uw fiscale partner na 31 december 1962 is geboren. Voor 2014 is de afbouw in alle gevallen 40%. Anders dan in 2013 is er geen verschillend afbouwpercentage meer voor partners met en zonder thuiswonende...

AOW-leeftijd omhoog

Per 1 januari 2014 wordt de AOW-leeftijd 65 jaar en 2 maanden. Daarnaast zijn er plannen om de AOW-leeftijd sneller te verhogen: naar 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Het wetsvoorstel wordt in het voorjaar van 2014...